Architecten gilde blog
Bouwregelgeving, ontwerpen op integrale wijze

Volgens onze visie is het géén optie of must – maar strikt noodzakelijk – om op integrale wijze te ontwerpen. Dit vereist echter wel een brede kennis van het bouwkundige vakgebied. Hier ligt dan ook onze specialisatie. Dit is de kunst om als een spin in het web, alle draden met elkaar verbinden.

Op integrale wijze ontwerpen betekend voor ons dat naast het architectonische  ontwerp, ook een ontwerpconcept gerealiseerd wordt waarin de energieprestatie inzichtelijk wordt gemaakt. Om een optimaal duurzaam gebouw te realiseren, kan het één niet zonder het ander.

Daarnaast wordt door ons op een vervolg niveau ook de constructieve en installatietechnische aspecten in het ontwerp opgenomen. Door deelontwerpen op te stellen kan optimaal vanuit de verschillende disciplines ontworpen worden. Na integratie van de verschillende  conceptontwerpen wordt het bouwkundige ontwerp gevormd, en ontstaat op die wijze een symbiose met een optimaal resultaat. Dit is naar onze visie de enige manier om de ideale resultaten te behalen in architectuur, energiezuinigheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid.

 

Bouwbesluit 2012

Per 1 januari 2012 is het nieuwe bouwbesluit ingegaan. Hier worden onze ontwerpen aan getoetst. Deze is te raadplegen op: http://www.bouwbesluitonline.nl/

 

Energieprestatie van gebouwen (EPG)

Dit is een instrument voor integrale beoordeling van energiezuinigheid van een gebouw en bijbehorende installaties. Toetsing EPG vanaf 1 juli 2012 aan de norm NEN 7120. Deze toetsing hangt nauw samen met de ventilatienorm. Naast de isolatie van een gebouw (NEN 1068), bepaald ventilatie in grote mate de warmteverliezen.

 

Ventilatie en infiltratie van gebouwen

Ook is per 1 juli 2012 een nieuwe ventilatienorm ingegaan, ter bepaling van ventilatiestromen. Toetsing volgens de nieuwe norm NEN 8088-1. Hierin is een splitsing gemaakt van de volgende deelstromen: ventilatie, spuien, infiltratie, ventilatoren en verbrandingslucht.

In deze nieuwe norm worden nu ook innovatieve systemen benoemd en gewaardeerd: vraagstruring, CO2-meting, zoneregeling en decentrale warmte terugwinning. Daarnaast ihet kenmerk zomerventilatie toegevoegd, wat leidt tot een beperkte energievraag gedurende de zomermaanden.

 

Brandveilig ontwerpen, een vanzelfsprekendheid.

Brandveiligheid van een gebouw maakt onderdeel uit van onze integrale ontwerpwijze. In navolging op het ontwerpconcept stellen we een eerste globale brandveiligheidstoets op. Gaandeweg de uitwerking van het ontwerp, volgt een uitgebreide brandveiligheidstoets. Deze toetsing gebeurd aan de hand van het Bouwbesluit 2012 en de achterliggende Europese normen. (NEN-EN 13501-1)

 

Brandveiligheid vs. Materiaalgebruik

Volgens bouwbesluit 2012 dient de brandveiligheid en rookproductie van bouwmaterialen getoetst te worden volgens NEN-EN 13501-1.  Belangrijke factoren daarbij zijn de mate van rookontwikkeling en de mate waarin druppelvormige neerslag wordt gevormd. Rookontwikkeling leidt tot verstikking in geval van vluchten. Druppelvormige neerslag, in brandende of brandbare vorm, leidt tot gevaarlijke neerslag en overdracht van brandend materiaal. Bijvoorbeeld direct op de vluchtende persoon.

 

Brandklassen

– Brand-Euroklasse:  A1, A2 , B, C, D, E, F (A1/2= niet/nauwelijks ontvlambaar , F= licht ontvlambaar)

– s1:                        Geringe rookproductie (s= rookproductie, 1= gering, 2= gemiddeld, 3= grote rookproductie)

– d0:                        Geen brandende  druppels/delen   (d= brandende delen, 0= laagste waarde(niet))

Bij de Brandvoorschriften voor vloeren/beloopbare oppervlakken wordt onderscheid gemaakt door achter iedere klasse schuin gedrukt fl (=floor) te vermelden. Info brandvoorschriften beloopbare oppervlakten.

 

Materiaalkenmerken

Het materiaalgebruik en de daarbij behorende brandeigenschappen bepalen in grote mate de brandveiligheid van een gebouw.

De bouwtekeniningen voorzien wij van renvooi met brandeigenschappen van de toegepaste materialen. De brandweer toetst het bouwplan aan de hand van deze gegevens. Voor de bouwmaterialen doe we toepassen zijn komo attesten opgesteld, waarop naast de kwaliteitskenmerken ook de brandeigenschappen zijn vermeld.

 

Onderstaand zijn voor enkele bouwmaterialen de brandklasse en rookdichtheid opgesomd:

Houtachtige dakconstructies met Unidek Aero sandwich dakelementen: A2-S1

Voorgespannen Breedplaatvloer, Alvon: A1-S2

Kalkzandsteen: A1

Gevelvullende HSB (Hout-Skelet-Bouw) wanden: A2/B/D-S2

Gipskartonplaat: A2-S1

 

Een overzicht:

– Brandcompartimentering max. 1000m2 (I.v.m. beheersbaarheid bij brand. Mogelijke vergroting indien zo weinig mogelijk of geen brandbaar (isolatie)materiaal is verwerkt)

– Gebruik bij voorkeur onbrandbare isolatiematerialen, volgens Euro-brandklasse A1 of A2. (eventueel verbeterde schuimisolatiesoorten Euro-brandklasse B.)

– In vluchtroutes materialen met ten minste Euro-brandklasse B toepassen, en tenminste een gemiddelde rookproductie S2. (Overige gebouwdelen ten minste brandklasse D en rookproductie S2) Let op brandeigenschappen isolatieprodukt of totale constructie. Brandbaar isolatiemateriaal afdekken met brandwerende beplating. Onderhoudsgevoelige plaatsen bij voorkeur uitvoeren van onbrandbaar isolatiemateriaal.

Link http://www.brandvertragendmaken.nl/overzicht

 

Noodverlichting NEN-EN 1838

Onder de term noodverlichting volgens de NEN-EN 1838 vallen: vluchtroute-verlichting, anti-paniekverlichting en verlichting van werkplekken met verhoogd risico.

Soorten Noodverlichting

Deze dient ervoor te zorgen dat personen, die door het wegvallen van verlichting in een mogelijk gevaarlijke situatie verkeren, voldoende licht hebben om een kritiek proces af te sluiten en aansluitend veilig te vluchten.

– Vluchtrouteverlichting

De vluchtrouteverlichting moet zeker stellen, dat de vluchtmogelijkheden goed kunnen worden herkend en op een veilige manier kunnen worden gebruikt. Vluchtrouteverlichting bestaat uit de vluchtwegverlichting (verlichting van de route zelf) en vluchtwegaanduiding. Vluchtwegaanduiding bestaat uit beeldtekens, de pictogrammen. Deze wordt in detail beschreven in de NEN 6088.

– Anti-paniekverlichting

Deze verlichting dient paniek te voorkomen en personen in staat te stellen een plaats te bereiken waar de vluchtroute kan worden herkend.

– Verlichting van werkplekken met verhoogd risico.

Deze dient ervoor te zorgen dat personen, die door het wegvallen van verlichting in een mogelijk gevaarlijke situatie verkeren, voldoende licht hebben om een kritiek proces af te sluiten en aansluitend veilig te vluchten.

 

Stand-by-verlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat het mogelijk maakt de normale werkzaamheden voort te zetten (bijvoorbeeld d.m.v. middel van een aggregaat).

 

Nood-evacuatieverlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat mensen in staat stelt een ruimte veilig te verlaten. Om dit te bereiken, moet er allereerst noodverlichting worden aangebracht:

– Bij elke uitgangsdeur, gebruikt voor ontruiming.

– Bij trappen (elke traptree moet direct licht ontvangen).

– Bij elke nivauverandering

– Om elke verplichte vluchtwegaanduiding en nooduitgang te verlichten.

– Bij elke richtingsverandering van de vluchtweg.

– Bij elke kruising van gangen.

– Buiten, bij elke uitgang gebruit voor ontruiming.

– 5 lux* bij elke Eerste hulp-post.

– 5 lux* bij iedere brandblusvoorziening of brandmeldpunt.

   *de vereiste 5 lux geldt alleen als deze voorzieningen zich niet bevinden in een vluchtroute of anti-paniek-ruimte!

 

Vluchtwegverlichting/ vluchtrouteverlichting

Vluchtwegverlichting dient voldoende zichtbaarheid te garanderen zodat obstakels op de vluchtwegen kunnen worden herkend. Voor vluchtwegen dient de verlichtingssterkte op de as van de vloer van de vluchtweg minimaal 1 Lux te bedragen. De centrale zone van de vluchtweg, zijdelings van de as, dient te worden verlicht met minimaal 0,5 Lux.


Op een aantal plekken dient u extra vluchtwegverlichting te plaatsen om obstakels zichtbaar te maken of de aanwezigheid van veiligheidsmateriaal of nooduitgangen te benadrukken:

  1. Bij elke uitgang die bedoeld is voor gebruik in geval van nood.
    Om opstopping te voorkomen dient elke uitgang die als nooduitgang kan worden gebruikt te zijn voorzien van vluchtwegverlichting.
  2. Aan de buitenkant van elke uitgang naar buiten; binnen een straal van 2 meter.
    Vluchtwegverlichting aan de buitenkant van een pand kan blokkering van de vluchtweg door gedesoriënteerde personen voorkomen.
  3. Bij elke richtingsverandering en elke kruising of splitsing van gangen

Een vluchtdeur moet worden voorzien van een verlicht pictogram (of een serie pictogrammen). De herkenningsafstand van vluchtwegwegaanduidingsarmaturen is 200 maal de hoogte van het groene vlak van het pictogram (bij aangelichte pictogrammen halveert deze afstand). Dit betekent voor b.v. de Famostar 8W-armaturen een herkenningsafstand van 25 meter.

Opmerking

Dat gedeelte van de noodverlichting dat de vluchtroutes tot twee meter breed* geldt: de horizontale verlichtingssterkte op de middellijn van de vluchtweg minimaal 1 lux en de middenbrand (minimaal de helft van de breedte van de vluchtweg) ten minste 0,5 lux.  *bredere vluchtroutes kunnen worden gezien als meerdere stroken van twee meter breed of verder worden voorzien van anti-paniek-verlichting.

 

Anti-paniek-verlichting

Dat gedeelte van de noodverlichting dat wordt toegepast in ruimten (niet zijnde een vluchtweg) met het doel paniek te voorkomen. Dit wordt bereikt door middel van een horizontale verlichtingssterkte van ten minste 0,5 lux* op de vloer, zodat mensen de vluchtroute veilig kunnen bereiken. *0,5 lux geldt niet in een randzone van 0,5 m van het gebied.

 

Verlichting van werkplekken met een verhoogd risico.

Dat gedeelte van de noodverlichting dat verlichting levert voor de veiligheid van personen in de buurt van een gevaarlijk proces of gevaarlijke situatie. Hier geldt een minimale verlichtingssterkte van 15 lux op de vloer en minimaal 10% van de normale verlichtingssterkte.

 

Noodverlichtingsplan

Voor het opstellen van een noodverlichtingplan bieden de NEN-EN 1838 en NEN 6088 goede aanknopingspunten. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen:

– Vluchtwegaanduiding

– Vluchtwegverlichting

– Anti-paniekverlichting

– Werkplekken met verhoogd risico

 

 

Vluchtwegaanduiding
Met behulp van de vluchtwegaanduidingen worden vluchtroutes en nooduitgangen aangegeven. Voor deze aanduidingen dienen continu verlichte pictogrammen te worden gebruikt. Eenduidig gebruik van deze pictogrammen is essentieel. De juiste pictogrammen zijn vastgelegd in de NEN 6088.

 

Geldende pictogrammen:

 Deuren en brandwerendheid

Deuren zijn er in verschillende uitvoeringen, al dan niet brandwerend, voorzien van stabiel kader. Brandwerende deuren zijn er in verschillende brandwerendheidsklassen.

 

 

 

Afbeelding: deurdoorsneden met celvulling of vezelvulling al dan niet voorzien van stabielstrip of brandwerend getest.

Een 30 minuten brandwerende deur is in het algemeen massief uitgevoerd met een houtvezelvulling. Een kozijn met 17mm sponning volstaat hier in het algemeen.*

Een 60 minuten brandwerende deur is in het algemeen voorzien van een massieve onbrandbare minerale vulling. De zijkanten zijn dan in het algemeen uitgevoerd in hardhout. Het deurkozijn uitgevoerd met een vergrote sponning van 25mm voorzien van opschuimend (koolstof)band.*

*diverse fabrikanten hebben eigen geteste samenstellingen, welke middels een certificaat wordt aangetoond.

Gebruiksvergunning

Op basis van artikel 2.11.1 van het Gebruiksbesluit is, afhankelijk van de situatie van gebruik, een gebruiksvergunning verplicht. Er dient daarbij voldaan te worden aan het Gebruiksbesluit brandveilige bouwwerken (afgekort Gebruiksbesluit)

Een gebruiksvergunning is vereist in bouwwerken of inrichtingen waarin:
  • bedrijfsmatig gevaarlijke stoffen worden opgeslagen
  • aan meer dan vier personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden gegeven;
  • aan meer dan tien kinderen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk gehandicapten dagverblijf zal worden verschaft;
  • aan meer dan vier personen woonverblijf zal worden verschaft, anders dan een huishouden per woning. Bijvoorbeeld een kamerverhuurbedrijf.
  • mogelijk heeft de gemeente waarin het bouwwerk is gelegen aanvullende voorwaarden. Overleg met de gemeente is van belang om te voorkomen dat activiteiten worden stilgelegd!

Tekeningen gebruiksvergunning

De gebruiksvergunning geeft voorschriften voor het beperken van de kans op brand, het beperken van de gevolgen van brand en het vluchten uit een gebouw bij brand. Deze voorschriften vertaalt ArchitectenGilde naar bouwkundige tekeningen van uw bedrijf en worden als voorwaarden in de vergunning opgenomen. De voorschriften worden bepaald door de gemeente op advies van de brandweer. De verantwoordelijkheid voor het veilig gebruik van een bouwwerk of inrichting ligt bij de gebruiker van het pand. Dit is dus ook degene die de gebruiksvergunning bij de gemeente moet aanvragen. De gebruiker is de persoon of de organisatie die een bepaald gebouw voor een bepaald doel gebruikt of exploiteert. De gebruiker kan dus de eigenaar zijn maar ook de huurder.

Zie voor meer informatie: http://www.brandpreventieforum.nl/woordenboek/Gebruiksvergunning

Indien aan alle eisen, of aan gelijkwaardigheiseisen van het gebruiksbesluit wordt voldaan kan mogelijk worden voldaan met een melding volgens het AIM.

Door de AIM toets kan nagegaan worden of u omgevingsvergunningsplichtig bent.

 

ArchitectenGilde
Postbus 175
5201 AD 's-Hertogenbosch
's-Hertogenbosch
Zaltbommel (Aalst)
info@architectengilde.nl
T 073-7114552
© 1997 -2011 ArchitectenGilde - alle rechten voorbehouden - site door Dream interactive